Het project om samen te werken rond het knotten van bomen en het verwerken van het snoeisel was een groot succes. Er werden maar liefst 543 bomen geknot, wat het landschap, de landbouwers én de natuur ten goede kwam.
Knotbomen en houtkanten vervullen een belangrijke rol in het landbouwlandschap. Ze helpen water vasthouden, beschermen de bodem, bieden beschutting en versterken de biodiversiteit. Het beheren ervan is echter tijdrovend, zodat het idee rees om samen te werken. Met het LEADER-project ‘Van Tronk tot Snipper’ onderzochten Stad Geraardsbergen, Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender, Boerennatuur, ILvA en 10 landbouwers hoe het beheer gezamenlijk en efficiënter kan worden aangepakt. Tegelijk werd bekeken hoe het vrijgekomen hout lokaal kan worden verwerkt en opnieuw benut.
Vorig jaar is het project gestart. Tijdens twee winterseizoenen werden 543 knotbomen beheerd. Verschillende locaties werden gecombineerd, zodat aannemers en machines efficiënter werden ingezet en de aanpak centraal kon worden georganiseerd. Het snoeihout werd telkens ter plaatse verhakseld en afgevoerd voor verdere toepassing.
Ook het financiële plaatje is belangrijk. Dankzij de combinatie van beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij, gemeentelijke subsidies, de bijdrage van ILvA was er een meerwaarde van 11 euro per boom.
“De praktijkproef toont dat knotbeheer betaalbaar kan worden, maar niet op zichzelf. De financiële ondersteuning, de bundeling van de werken en een nuttige bestemming voor het hout moeten samenkomen”, zegt Joost-Pim Balis van Boerennatuur.
Ook de uitvoering leverde concrete lessen op. Landbouwers kunnen kosten beperken door bepaalde werkzaamheden zelf uit te voeren, zoals het handmatige bijwerk na het machinale knotten. Daarnaast is de juiste timing belangrijk. Te frequent knotten levert weinig biomassa op, terwijl achterstallig beheer de werken zwaarder, duurder en risicovoller maakt.
Het project keek niet alleen naar het knotten zelf, maar ook naar de bestemming van het hout. Houtsnippers kunnen onder meer worden gebruikt voor warmteproductie, compostering of als bodemverbeteraar.
Om die toepassingen mogelijk te maken, moeten kwaliteit, volumes, transport en afzet goed op elkaar worden afgestemd. Partners uit de afval- en biomassaketen zijn daarom een noodzakelijke schakel: zij kunnen ervoor zorgen dat het hout niet als reststroom eindigt, maar effectief een nieuwe toepassing krijgt.
Het project is nu afgerond, maar er wordt onderzocht hoe het gezamenlijke knotbeheer kan worden voortgezet. Doel daarbij is om de aanpak te verbreden naar andere eigenaars van knotbomen en houtkanten en naar andere gemeenten in de regio.
“De meerwaarde van dit project zit niet alleen in het beheer van de knotbomen, maar ook in de samenwerking die errond is ontstaan. Als Regionaal Landschap nemen we daarin een verbindende rol op: we brengen landbouwers, overheden en partners uit de afval- en biomassaketen samen en begeleiden hen naar een aanpak die ook op langere termijn werkt”, besluit Ruben De Coninck, coördinator van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender.